Uitbuiting van jongeren door onbetaald werk

17-08-2015 Redactie vacatures.nl
Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken moet harder optreden tegen de uitbuiting van jonge werklozen, vindt GroenLinks. “Te veel jongeren doen regulier werk gratis. Ik vind dat uitbuiting," aldus fractievoorzitter Bram van Ojik. Hij wil strengere regels voor werkervaringsplaatsen en een strikter optreden van de Arbeidsinspectie.

Angst voor gat in het cv


Onlangs organiseerde GroenLinks het zogeheten Werklab, waarbij met jongeren werd gesproken over hun problemen bij het vinden van een betaalde baan. Dit idee ontstond vanwege de hoge werkloosheid onder jongeren (15,5%). Er blijkt vooral een groot gebrek aan startersfuncties te zijn. Om toch ervaring op te doen en een gat in het cv te voorkomen, nemen velen genoegen met een (deels) onbetaalde aanstelling. Volgens Fractievoorzitter Van Ojik is er sprake van uitbuiting: “Jongeren die onbetaald werk doen, zonder dat daar een redelijke vergoeding of perspectief op een baan tegenover staat, worden gewoon uitgebuit. De Arbeidsinspectie moet daar beter op gaan toezien en het kabinet moet nu echt maatregelen gaan nemen om meer betaalde banen voor jongeren te scheppen.”

Onbetaald werk moet geen nieuwe norm worden


Bij het Werklab vertelden jongeren (onder meer leden van FNV jong en CNV jongeren) over de moeilijkheden die zij ervaren bij het zoeken naar werk. Zo zijn er jongeren die voor 32 uur werken, maar voor 16 uur krijgen betaald. Een ander veel voorkomend verhaal zijn de vele stages die jongeren krijgen aangeboden, die uiteindelijk niet tot een betaalde baan leiden. Of jongeren die, nadat ze zijn afgewezen voor een betaalde baan, wel onbetaald mogen werken. Van Ojik: “Ik maak me zorgen over deze trend. We moeten uitkijken dat eerst een tijd onbetaald werk doen niet de nieuwe norm wordt voor starters op de arbeidsmarkt. Daarom stel ik voor dat er striktere regels komen voor werkervaringsplaatsen: er moet een redelijke vergoeding zijn, de periode moet in tijd beperkt zijn en het moet leiden tot een betere positie op de arbeidsmarkt.”